Kaartgebruik
Map use

 

See below for English version

Bestaand kaarthistorisch onderzoek richt zich meestal op de vraag hoe kaarten werden geproduceerd, wat ze laten zien en wie hun makers waren. Maar over wat er met kaarten, atlassen en globes gebeurde in de vele jaren – of zelfs eeuwen – nadat zij waren gemaakt, is relatief weinig bekend. Aanwijzingen daarvoor zijn te vinden op de kaarten zelf, bijvoorbeeld in de vorm van gebruiks- of gebruikerssporen zoals annotaties en eigendomsstempels, maar ook scheuren, vouwen of andere beschadigingen. Daarnaast bieden allerlei contextuele bronnen, zoals teksten en afbeeldingen, informatie over de context waarin kaarten werden gebruikt.

Promotieonderzoek

Voor het promotieonderzoek Map Encounters in the Dutch Republic onderzoekt Marissa Griffioen hoe mensen in de vroegmoderne tijd met kaarten omgingen en hoe dit bijdroeg aan hun cartografische geletterdheid – hun vaardigheid om kaarten te begrijpen en gebruiken. Tussen 1585 en 1675 was de Nederlandse Republiek het cartografische centrum van Europa, waar talloze kaarten, atlassen en globes werden gemaakt. Maar hoe werden deze precies gebruikt – en door wie? Waar kaarthistorisch onderzoek doorgaans focust op de inhoud van een kaart of op de maker, richt dit onderzoek zich juist op de interactie tussen kaarten en hun gebruikers.

Centraal in het onderzoek staan zogenoemde map encounters (kaartontmoetingen): momenten waarop iemand een kaart tegenkwam en gebruikte. Sporen daarvan vinden we terug in uiteenlopende bronnen – van dagboeken en reisverslagen tot administratieve documenten en schilderijen. Door map encounters vanuit een brede selectie van bronnen samen te brengen, en inzichten vanuit de geschiedenis van de cartografie, materiële cultuurstudies, boekwetenschap en visuele cultuur te combineren, analyseert dit onderzoek waar kaarten circuleerden, wie ermee in aanraking kwamen en hoe mensen het zien en gebruiken van kaarten hebben ervaren. Zo wordt duidelijk dat kaarten geen statische objecten zijn, maar gebruiksvoorwerpen die door vele handen gingen en door talloze ogen werden gezien – en dat juist die gebruiksgeschiedenis hun cultuur-historische waarde onderstreept.

Referenties

  •  ‘Volg de gids! Hoe Maaskamp toeristen Amsterdam liet ontdekken’, in: Bram Vannieuwenhuyze, Marissa Griffioen, Anne-Rieke van Schaik, Peter van der Krogt, Paula van Gestel-van het Schip, Djoeke van Netten & Martijn Storms (red.), Evert Maaskamp (1769-1834): Amsterdams kaart- en boekuitgever in roerige tijden, Zwolle: WBooks, 2025: 100-109.
  • Marissa Griffioen, ‘Map encounters in de vroegmoderne Republiek,’ Jaarboek Zeventiende Eeuw (2024): 137-142.
  • Bram Vannieuwenhuyze, ‘Een zomer vol kaartontmoetingen. Map encounters tijdens de voetreis van Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp in 1823.’ Caert-Thresoor 42,4 (2023): 14-25.
  • Peter van der Krogt, ‘Een kaart als poststuk: Een ‘vuile’ kaart van Bohemen uit 1745.’ Caert-Thresoor 42, 2 (2023): 10-15.
  • Jornt Leeflang, Vuile kaarten: Een nieuwe methode voor het classificeren van annotaties op oude gedrukte kaarten. Masterscriptie, Universiteit van Amsterdam, 2021 (online op academia.edu).

Map historical research usually focuses on how maps were produced, what they depict, and who their makers were. Yet relatively little is known about what happened to maps, atlases, and globes in the many years — or even centuries — after they were created. Clues can be found on the maps themselves, for example in the form of traces of use or users, such as annotations and ownership stamps, but also tears, folds, or other damage. In addition, a wide range of contextual sources, such as texts and images, offer information about the contexts in which maps were used.

PhD Project

For the PhD project Map Encounters in the Dutch Republic, Marissa Griffioen investigates how people in the early modern period engaged with maps, and how this contributed to their cartographic literacy – their ability to understand and use maps. Between 1585 and 1675, the Dutch Republic was Europe’s cartographic centre, where countless maps, atlases, and globes were produced. But how exactly were these used – and by whom? Whereas historical map research typically focuses on a map’s content or its maker, this project instead examines the interaction between maps and their users.At the heart of the project are so‑called map encounters: moments in which someone came across a map. Traces of such encounters can be found in a wide range of sources – from diaries and travel accounts to administrative documents and paintings. By bringing together map encounters from this broad array of sources, and by combining insights from the history of cartography, material culture studies, book history, and visual culture, the project analyses where maps circulated, who came into contact with them, and how people experienced the act of seeing and using maps. This reveals that maps are not static objects, but tools that passed through many hands and were seen by countless eyes – and that it is precisely this history of use that underlines their cultural-historical value.